Beschrijvend Onderzoek Case Study

Wetenschappelijk onderzoek is onderzoek dat naar hedendaagse maatstaven voldoet aan de criteria van wetenschap. Op voorstel van de fameuze filosoof Popper wordt niet gevraagd naar juistheid, alleen naar controleerbaarheid. Hij sprak van "verifiëren of falsificeren". Daarbij gaat het er niet zozeer om of een bepaalde uitspraak daadwerkelijk aan een controle is onderworpen, dan wel of zij zich daar in beginsel toe leent.

Fundamenteel en toegepast[bewerken]

Fundamenteel wetenschappelijk wordt vaak onderscheiden van toegepast wetenschappelijk onderzoek.

  • Fundamenteel onderzoek of zuiver wetenschappelijk onderzoek heeft niet ten doel een vooraf vastgesteld praktisch vraagstuk op te lossen, maar vaak mondt fundamenteel onderzoek op den duur ook uit in praktische toepassingen. Van alle organisaties die onderzoek verrichten, richten met name de universiteiten zich op fundamenteel onderzoek. Fundamenteel onderzoek vindt zijn weg naar gespecialiseerde wetenschappelijke tijdschriften met een doelgroep van vakgenoten.
  • Toegepaste wetenschappen zijn van meet af aan gericht op het ontwikkelen van toepassingen. Omdat het voor het tot stand brengen van toepassingen steeds meer nodig is om kennis uit verschillende disciplines te combineren, is toegepaste onderzoek vaak multidisciplinair. Sommige organisaties, zoals de grote technologische instituten en TNO zijn speciaal opgericht om fundamentele kennis geschikt te maken om te kunnen toepassen. Ook het onderzoek dat door bedrijven wordt verricht, is meestal gericht op toepassingen. Het leidt vaak tot rapporten aan externen of tot publicaties in vakbladen. Soms resulteert het in uitvindingen die juridisch kunnen worden geclaimd in een octrooi.
    Wetenschappelijk onderzoek en kennis in het algemeen is in de moderne samenleving zo belangrijk geworden dat men van een informatiemaatschappij of kenniseconomie spreekt.

Het verschil tussen beide typen onderzoek is gradueel: toegepast onderzoek vereist vaak fundamentele inzichten, terwijl fundamenteel onderzoek doorgaans op enig moment verbonden wordt met toepassingen. In grote industriële laboratoria en de meeste – zeker de technische – universiteiten gebeuren beide typen onderzoek.

Methoden[bewerken]

Binnen het wetenschappelijk onderzoek worden verschillende methoden en technieken gebruikt.

Veel onderzoek is empirisch van aard en gericht op het toetsen van hypothesen. Als algemene regel voor dergelijk onderzoek geldt dat er een hypothese wordt geformuleerd die door waarnemingen al dan niet wordt verworpen waarna zo nodig een nieuwe, aangepaste hypothese wordt geformuleerd. Daarna volgt weer een fase van empirisch onderzoek via waarnemingen. Dergelijke waarnemingen vinden vaak plaats door experimenten, maar noodzakelijk is dat niet: zo voeren astronomen nimmer experimenten uit.

Lang niet al het wetenschappelijk onderzoek is echter empirisch, experimenteel en hypothesetoetsend. Exploratief en beschrijvend onderzoek staat tegenover experimenteel en toetsend onderzoek, theoretisch onderzoek vult empirisch onderzoek aan.

Binnen het wetenschappelijk onderzoek vindt men zeer veel uiteenlopende specifieke onderzoeksmethoden. Voorbeelden zijn het verrichten van casestudies, het aanbrengen van classificaties, het mathematisch modelleren, het uitvoeren van computersimulaties, het verrichten van laboratoriumexperimenten, het analyseren van teksten via discoursanalyse, het onderzoeken van de sociale werkelijkheid via enquêtes, ervaring en intuïtie, interviews, participerende observatie en sociale simulaties.

Normen en controle[bewerken]

Wetenschappelijke onderzoekers controleren in essentie elkaar. Wie de wetenschappelijke normen niet nakomt zal in de literatuur bekritiseerd worden. In een aantal landen streeft men er officieel naar een deel van onderzoek te vrijwaren van overheidsbemoeiens, de academische vrijheid, die in de Duitse grondwet zelfts als grondrecht wordt erkend - sinds de nazi's wel uitmaakten wat politiek correcte wetenschap was. In de praktijk beinvloeden overheden in sterke mate wetenschap, bijvoorbeeld via bewapenings- energie- en gezondheidsprogramma's, bijvoorbeeld in wetenschapsgrootmachten als de VS en China.

Het is inherent aan wetenschap dat soms doodlopende wegen in worden geslagen, maar dat wil niet zeggen dat dat "slechte wetenschap is".

Plagiaat (pronken met andermans veren) en schrijven over gemanipuleerde of in het geheel niet uitgevoerde onderzoeken is taboe, en wordt, zo is de bedoeing, snel door collega-wetenschappers ontmaskerd.

Omstreden is de vraag of de resultaten van door de overheid gefinancierd onderzoek vrij voor iedereen beschikbaar moeten zijn. Officieel is dat meestal het geval. Onderzoekers publiceren hun bevindingen graag in gerenommeerde commerciële tijdschriften, maar de abonnementen op die tijdschriften zijn soms zo duur dat dergelijke publicaties die communicatie in de praktijk soms eerder belemmeren dan bevorderen. Ook omstreden is de vraag of octrooi kan worden aangevraagd op uitvindingen die met belastinggeld zijn gedaan. Het bezwaar is dat de consument dan tweemaal kan betalen: zowel via de belastingen als via het (duurdere) product, maar fabrikanten willen uitvindingen vaak niet commercialiseren als zij geen exclusiviteit hebben.

Normen voor universitair onderzoek zijn ooit door de befaamde wetenschapssocioloog Merton beschreven en aangeduid als CUDOS. In Nederland is er een door de in VSNU-verband opgestelde Nederlandse gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Deze normen worden in principe gehandhaafd via een systeem van onderlinge controle waarbij wetenschappers de resultaten van hun collega's beoordelen.[1] Deze zogenoemde collegiale toetsing vindt plaats bij de beoordeling van wetenschappelijke artikelen. Ook op sommige universiteiten zijn systemen van kwaliteitscontrole waarbij het onderzoek van collega-instituten beoordeeld wordt. Binnen de universiteiten kijken hoogleraren toe op het werk van hun medewerkers en assistenten. Ook wetenschappers die buiten universiteiten werkzaam zijn, worden geacht zich aan de beschreven normen te houden.

De kwaliteitscriteria voor wetenschappelijk onderzoek zijn grotendeels methodologisch van aard. Dergelijke criteria zijn duidelijkheid (over de onderzoeksbegrippen en verbanden daartussen), nauwkeurigheid, verificatiemogelijkheid en consistentie.

Door verschillende oorzaken wordt de degelijkheid en onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek bedreigd. Universiteiten worden steeds meer geprikkeld marktgericht ("maatschappelijk relevant") te handelen en zijn voor financiering van onderzoek steeds meer aangewezen op dat soort externe bronnen. Sommigen vrezen dat dit kan leiden tot beïnvloeding van de onderzoeksresultaten ten gunste van het financierende bedrijf. Daarnaast zijn sommige onderzoekers, met name bijzondere hoogleraren, zowel werkzaam bij een bedrijf als bij een universiteit, waarbij het bedrijf soms het loon van de onderzoeker financiert. Dit kan leiden tot belangenverstrengeling.

Organisaties[bewerken]

Veel wetenschappelijk onderzoek wordt verricht aan universiteiten. Daarnaast zijn de volgende organisaties van belang:

Het informatiesysteem NARCIS biedt toegang tot wetenschappelijke informatie, waaronder publicaties afkomstig uit de repository's van alle Nederlandse universiteiten, KNAW, NWO en een aantal wetenschappelijke instellingen, gegevensverzamelingen van het instituut DANS en beschrijvingen van onderzoeksprojecten, onderzoekers en onderzoeksinstituten.

Financiering[bewerken]

Voor wat betreft de financiering van wetenschappelijk onderzoek is een tweedeling aan te brengen tussen fundamenteel een toegepast onderzoek in zoverre dat de relatie tussen inspanning en exploiteerbaar resultaat bij fundamenteel onderzoek bijna per definitie zo vaag, onzeker en ver verwijderd is dat private investeerders daar geen geld in willen steken, in tegenstelling tot toegepast onderzoek.

Dat maakt (de resultaten van) fundamenteel onderzoek tot een "publiek goed". Dit is een economisch vakterm voor goederen waarvan het profijt praktisch niet, of slechts tegen onevenredige kosten in rekening kunnen worden gebracht aan degenen die ervan (zouden kunnen) profiteren. Daarom is zulk onderzoek vooral af afhankelijk van overheidsfinanciering, d.w.z. van belastinggeld, dat via allerlei instanties wordt verdeeld, zoals:

  • Ministeries, in Nederland met name het Ministerie van OCW. Omdat onderzoek van algemeen belang is en een collectief goed, draagt het Ministerie van OCW zorg voor de basisfinanciering van onderzoek. Ook andere overheden financieren onderzoek. Zo financiert in Nederland het Ministerie van ELI onderzoek aan de Wageningen Universiteit en Research Centre.
  • Research Councils zoals de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Vlaamse Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Europese onderzoeksraad. Deze organisaties verdelen hun middelen op competitieve en selectieve wijze over de beste onderzoekers die hiertoe onderzoeksvoorstellen moeten indienen.
  • De Europese unie. Dit doet zij door middel van kaderprogramma's en de Europese onderzoeksraad (ERC).
  • Het bedrijfsleven. Bedrijven financieren onderzoek dat zij zelf verrichten of door universiteiten laten verrichten.
  • Fondsen voor wetenschappelijk onderzoek die gevuld zijn met de opbrengst van collectes, oftewel collectebusfondsen.

Omdat de resultaten van onderzoek nuttig zijn voor de samenleving is in 2000 als onderdeel van de strategie van Lissabon op EU-niveau afgesproken om minimaal 3% van het Bruto binnenlands product (bbp) van de EU aan onderzoek en ontwikkeling te besteden. Deze afspraak staat bekend als de Barcelonanorm. Op dit moment haalt Nederland dit nog niet, aangezien slechts ruim twee procent van het bbp aan onderzoek en ontwikkeling wordt uitgegeven. Deze investering ligt rond het gemiddelde van de Europese landen.

Andere vormen van onderzoek[bewerken]

Wetenschappelijk onderzoek is niet de enige vorm van onderzoek. Zo verricht men in de commerciële sfeer marktonderzoek, in de politieke sfeer parlementair onderzoek, in de medische sfeer klinisch onderzoek en in de gerechtelijke sfeer recherche-onderzoek en forensisch onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek onderscheidt zich in een aantal opzichten van andere vormen van onderzoek. Het vindt plaats in speciale instituties, kent een speciale vorm van financiering, gebruikt een specifieke aanpak, heeft een eigen vorm van verslaglegging en hanteert bepaalde normen. De voor wetenschap geldende normen en conventies hebben deels een methodologisch (betrouwbaarheid), deels een ethisch (onbaatzuchtigheid en onafhankelijkheid) en deels een sociaal (controle door de wetenschappelijke gemeenschap) karakter.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Boers, C.C. (1981) Wetenschap, techniek en samenleving, Bouwstenen voor een kritische wetenschapstheorie, Boom, Meppel.
  • Chalmers, A. (1999) Wat heet wetenschap, Amsterdam.
  • Heilbron, J. (2005) Wetenschappelijk onderzoek: dilemma's en verleidingen, KNAW, Amsterdam
  • Jasanoff, S., G.E. Markle, & J.C. Petersen (Eds.) (1995) Handbook of Science and Technology Studies, SAGE.
  • Koningsveld, H. (1982) Het verschijnsel wetenschap, Meppel, Boom.
  • Merton, R.K. (1973) The Sociology of Science: Theoretical and Empirical Investigations, Chicago.
  • Vries, G. de (1995) De ontwikkeling van wetenschap, Wolters-Noordhoff, Groningen.

Externe links[bewerken]

Onderzoekssoorten voor je scriptie

Je kunt uit tal van onderzoekssoorten kiezen voor je scriptie. Welk type onderzoek je het best kunt kiezen, hangt af van de centrale onderzoeksvraag. Wij hebben de vaakst gekozen onderzoekssoorten voor je op een rijtje gezet.

Onderzoekssoorten

Er zijn een aantal verschillende typen onderzoeken die je kunt kiezen voor jouw afstudeeronderzoek:

  • beschrijvend onderzoek
  • casestudy
  • definiërend onderzoek
  • deskresearch
  • experimenteel onderzoek
  • fundamenteel onderzoek
  • fieldresearch
  • kwalitatief onderzoek
  • kwantitatief onderzoek
  • ontwerpgericht onderzoek
  • survey onderzoek
  • vergelijkend onderzoek
  • verkennend, explorerend onderzoek
  • verklarend onderzoek
  • voorspellend onderzoek
  • toegepast/praktijk onderzoek
  • toetsend/evaluerend onderzoek

Beschrijvend onderzoek

Beschrijvend onderzoek doe je wanneer je een bepaald onderwerp in kaart wilt brengen. Dat doe je door bepaalde kenmerken te beschrijven van bijvoorbeeld een specifieke groep, probleem of situatie, die je vervolgens grondig gaat analyseren. Als onderzoeker ga je op zoek naar kenmerken en aspecten die het probleem of situatie typeren.

Voorbeelden beschrijvende onderzoeksvragen

  • Welke eigenschappen heeft …?
  • Wat zijn de kenmerken van …?
  • Wat houdt … in?

Bruikbare methodes

  • enquête
  • inhoudsanalyse
  • casestudy
  • secundaire analyse

Casestudy

Een casestudy kenmerkt zich door het feit dat het onderzoek bij slechts één onderzoekseenheid uitgevoerd wordt. Deze onderzoekseenheid kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een organisatie, gebeurtenis of een systeem. Bij een casestudy worden vaak relaties onderzocht en wordt vaak gebruikgemaakt van een brede onderzoeksvraag.

Bruikbare methodes

  • inhoudsanalyse
  • (participatieve) observatie
  • (diepte-)interview

Definiërend onderzoek

Definiërend onderzoek wordt gedaan om bepaalde kenmerken in kaart te brengen. Je onderzoekt bijvoorbeeld hoe een onderzoekseenheid zich verhoudt ten opzichte van een andere klasse. Je formuleert vervolgens een uitspraak over de mate waarin een bepaald verschijnsel tot een zekere klasse behoort.

Voorbeelden definiërende onderzoeksvragen

  • Wat …?
  • In welke mate …?
  • Welke kenmerken heeft …?

Bruikbare methodes

  • enquête
  • inhoudsanalyse/documentanalyse
  • literatuuronderzoek
  • secundaire analyse
  • observatie

Deskresearch

Met deskresearch ga je op zoek naar bestaande, oftewel secundaire, gegevens, waarbij je gebruikmaakt van allerlei bronnen op het internet of in de bibliotheek. Deze secundaire gegevens kunnen bijvoorbeeld afkomstig zijn uit jaarverslagen, wetenschappelijke artikelen of rapporten.

Bruikbare methodes

  • inhoudsanalyse/documentanalyse
  • literatuuronderzoek
  • secundaire analyse

Experimenteel onderzoek

Met experimenteel onderzoek wordt een bepaalde variabele gemanipuleerd, om vervolgens te meten welk effect deze heeft op andere variabelen (effectmeting). Voordat je aan het experiment begint, stel je verwachtingen (hypothesen) over de uitkomsten op. Om het experiment zo betrouwbaar mogelijk te maken, vergaar je de data van proefpersonen in een gecontroleerde situatie, zodat het experiment vrij is van invloeden van buitenaf.

Voorbeelden van onderzoeksvragen

  • Welk effect heeft …
  • Wat is het gevolg van …

Fieldresearch

Met fieldresearch, ook wel veldonderzoek, ga je data eigenhandig verzamelen door een eigen onderzoek op te zetten en uit te voeren. Het is belangrijk om je goed voor te bereiden voordat je ‘het veld’ ingaat, zodat je effectiever en sneller de juiste informatie kunt verzamelen.

Bruikbare methodes

  • enquête
  • observaties
  • interview

Fundamenteel onderzoek

Fundamenteel onderzoek is één van de onderzoekssoorten die het vaakst gekozen wordt onder universitaire studenten. Dit type onderzoek niet zozeer gericht op het oplossen van een probleem, maar het genereren van kennis. Het gaat hierbij dan ook niet om het beantwoorden van vragen die primair gericht zijn op de toepassing in de praktijk, maar op het genereren van nieuwe gegevens en het creëren van nieuwe theorievorming. Dit type onderzoek wordt dan ook vaak gedaan op universiteiten

Voorbeelden van onderzoeksvragen

  • Is er water op Mars?
  • Hoe werkt het menselijk brein?

Kwalitatief onderzoek

Met kwalitatief onderzoek gaat het om het verkennen en inzichtelijk maken van een vraagstuk, waarbij het draait om de perceptie en interpretatie van informatie door een bepaalde groep. De ‘waarom-vraag’ staat hier centraal. Je gaat achterhalen waarom mensen een bepaald gevoel hebben bij iets of waarom zij tot een bepaalde keuze zijn gekomen, welke argumenten een rol hebben gespeeld en in welke mate deze bepalend zijn geweest.

Bruikbare methodes

  • (diepte-)interview
  • deskresearch
  • inhoudsanalyse
  • literatuuronderzoek
  • observatie

Kwantitatief onderzoek

Met kwantitatief onderzoek verzamel je numerieke data, die een cijfermatig inzicht bieden in een bepaald thema. In een vaststaande onderzoeksopzet ga je aan de hand van metingen op zoek naar bijvoorbeeld aantallen, tijdsduur, frequenties of gemiddelden van een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Deze informatie gebruik je vervolgens om een (causaal) verband tussen twee variabelen aan te tonen.

Bruikbare methodes

  • enquête
  • gestructureerd interview
  • experimenteel onderzoek
  • monitor
  • secundaire analyse*

Vergelijkend onderzoek

Met vergelijkend onderzoek worden, aan de hand van metingen en meetmomenten, twee of meer groepen, systemen of situaties met elkaar vergeleken. Tijdens de vergelijking ga je op zoek naar verschillen en overeenkomsten. Om de betrouwbaarheid te waarborgen, is het van belang om alle metingen op dezelfde manier uit te voeren.

Voorbeelden vergelijkende onderzoeksvragen

  • Wat is het verband/de samenhang tussen …?
  • Wat is het verschil tussen …?

Bruikbare methodes

  • enquête
  • experiment
  • observatie
  • secundaire analyse

Verkennend/explorerend onderzoek

Met verkennend, oftewel exploratief, onderzoek is er vooraf geen theorie of scherp geformuleerde hypothese voorhanden. De onderzoeker tracht het verband en de oorzaak van een bepaald verschijnsel te achterhalen met als doel om tot een bepaalde theorie of hypothesen te komen.

Voorbeelden verkennende onderzoeksvragen

  • Wat is het verband tussen …?
  • Wat zijn de oorzaken van …?

Bruikbare methodes

  • case-study
  • experiment
  • observatie

Verklarend onderzoek

Bij verklarend onderzoek gaat het om de ‘waarom-vragen’. Er wordt bijvoorbeeld onderzocht wat de oorzaak van een bepaald verschijnsel is of waarom verandering in variabel A een verandering teweegbrengt in variabel B.

Voorbeelden verklarende onderzoeksvragen

  • Hoe komt het dat …?
  • Welke factoren beïnvloeden …?
  • Wat heeft X voor een voorwaarden/oorzaken/gevolgen

Bruikbare methodes

  • enquête
  • experiment
  • observatie

Voorspellend onderzoek

Met voorspellend onderzoek tracht de onderzoeker in te schatten wat in de toekomst zal gebeuren. Er wordt een uitspraak gedaan over de mogelijke en te verwachte gevolgen en ontwikkelingen van een verschijnsel.

Voorbeelden voorspellende onderzoeksvragen

  • Welke ontwikkelingen … worden verwacht?
  • Welke verwachtingen zijn er op het gebied van …?

Bruikbare methodes

  • enquête
  • experiment
  • inhoudsanalyse/documentanalyse
  • secundaire analyse

Ontwerpgericht onderzoek

Ontwerpgericht onderzoek is één van de onderzoekssoorten waarmee vragen en problemen uit de praktijk worden onderzocht. Het richt zich hierbij op het verbeteren van de huidige praktijk, of de ontwikkeling van een nieuwe praktijk. Je kan hiervoor bijvoorbeeld denken aan kwaliteitsverbeteringen of de (her)inrichting van een supermarkt. Ontwerpgericht onderzoek resulteert vaak in nieuwe kennis en inzichten, die gebruikt worden voor de ontwikkeling van nieuwe producten of processen.

Voorbeelden verklarende onderzoeksvragen

  • Hoe kan … verbeterd worden?
  • Wat zijn geschikte maatregelen voor …?

Bruikbare methodes

  • enquête
  • observatie
  • experiment
  • open interview
  • groepsgesprek

Survey onderzoek

Een survey onderzoek is gericht op het verzamelen van gegevens over kenmerken van een groot aantal eenheden. De dataverzameling vindt meestal plaats op één moment of periode. Het doel van een survey is om kenmerken te beschrijven of verbanden en/of verschillen tussen die kenmerken te ontdekken.

Kwantitatieve survey

  • grootschalig onderzoek
  • komen tot generaliserende uitspraken
  • gegevens verzamelen over onderzoekseenheden via systematische gesloten ondervraging of observatie (gesloten interviews en gestructureerde observatie)

Kwalitatieve survey

  • kleinschalig onderzoek
  • gegevensverzameling: open interview (mondeling), ongestructureerde/gestructureerde observaties

Toegepast, praktijkonderzoek

Toegepast onderzoek is één van de onderzoekssoorten die het vaakst gekozen wordt onder hbo-studenten, omdat je hiermee onderzoek doet voor de praktijk. Je onderzoekt bijvoorbeeld een probleem bij een bedrijf. Het onderzoek levert (onderbouwde) aanbevelingen of maatregelen op die bijdragen aan het oplossen van dat probleem.

Voorbeelden onderzoeksvragen toegepast onderzoek

  • Wat zijn de knelpunten in het werkproces?
  • Welke factoren bepalen het online koopgedrag bij studenten?
  • Hoe kan de conversie van online bezoekers worden vergroot?

Bruikbare methodes

  • interviews
  • inhoudsanalyse
  • enquête
  • observatie

Toetsend, evaluerend onderzoek

Met toetsend, ook wel evaluerend, onderzoek toets je of een van tevoren geformuleerde verwachting klopt. Meestal is dit een hypothese die gebaseerd is op een theorie. De hypothesen, meetinstrumenten, populatie en onderzoeksomstandigheden zijn bij dit onderzoekstype vooraf vastgesteld.

Voorbeelden evaluerende onderzoeksvragen

  • Wat is de effectiviteit van … ?
  • Wat is de samenhang/verschil tussen?
  • Hoe wordt beoordeeld?
  • Kan het verband tussen variabelen aangetoond worden?

Bruikbare methodes

  • enquête
  • open interviews
  • groepsgesprek

0 Thoughts to “Beschrijvend Onderzoek Case Study

Leave a comment

L'indirizzo email non verrà pubblicato. I campi obbligatori sono contrassegnati *